Positie horecaondernemer moet sterker

Positie horecaondernemer moet sterker

Dat stelt de Autoriteit Consument & Markt (ACM) op basis van een onderzoek van de biermarkt. ACM is de opvolger van de Nederlandse Mededingingsautoriteit, de NMa. ACM ziet geen reden de exclusieve afnameverplichtingen in contracten van brouwers met horecaondernemers te verbieden. Volgens de autoriteit is er genoeg beweging en concurrentie in de biermarkt. De brouwerijen zijn allemaal in de race om cafés en andere tappunten en de horecaondernemers concurreren onderling. Op de concurrentie heeft de verplichting van een exclusieve afname niet zoveel invloed, dat een verbod de juiste oplossing zou zijn. De analyse die ACM heeft gemaakt, volgde op EIM-rapporten en de oproep van onder andere Koninklijke Horeca Nederland (KHN). KHN vroeg in 2011 om een einde te maken aan de verplichte afname. Brouwers verplichten horecaondernemers die bij hun een pand huren, een bepaalde hoeveelheid bier voor een bepaalde prijs af te nemen. ACM stelt vast dat 20% van de ondernemers ongebonden is. Iets meer dan de helft van de horecaondernemers heeft een tapinstallatie in bruikleen, 17% huurt het pand en 10% ontvangt een lening. Uit het onderzoek bleek dat ongebonden ondernemers niet een lagere inkoopprijs betalen dan gebonden ondernemers. Belangrijk voor ACM is dat er genoeg concurrentie is en dat is met een beperkt aandeel “pandgebonden” ondernemers het geval. Ondernemers die een pand huren van een brouwer hebben wel een slechtere onderhandelingspositie. ACM pleit daarom voor meer duidelijkheid over de voorwaarden op langere termijn. Wat gebeurt er bij tussentijdse beëindiging, welke afschrijvingsmethode wordt gebruikt en wat is de waarde van de bruikleengoederen? Horecaondernemers moeten het recht krijgen om bruikleengoederen tegen de restwaarde over te nemen, zodat ze daarmee vrij zijn in de keuze van de leverancier. Ook vindt de autoriteit dat het "Model overname bruikleengoederen" dat de brouwers gebruiken om onderling hun financiële claims te verrekenen bij de overname van goederen (tapinstallatie) die in bruikleen zijn gegeven, openbaar moet worden.  Dan komt er meer duidelijkheid over de waarde van de bruikleenapparatuur (zoals de tapinstallatie) en de afschrijvingsmethodiek.