De horeca mag weer hopen

De horeca mag weer hopen

Het economisch bureau van ING publiceerde eind 2010 als eerste hoopvolle verwachtingen. De bank heeft een betrouwbare reputatie opgebouwd bij het inschatten van ontwikkelingen in de branche. Met name hotels leken toen de grote winnaars, vooral vanwege een toename in het aantal buitenlandse gasten.
 
Het FoodService Instituut Nederland (FSIN) stelt dat de positieve verwachtingen voor 2012 ook gelden voor de restaurants: "De cijfers van het eerste kwartaal van 2011 lieten voor het eerst sinds lange tijd weer een duidelijke stijging zien. We hebben er vertrouwen in dat de trend zich doorzet. In de maand juni kende de sector alvast een toename in de tewerkstelling van 8%."
 
Ook de overheid doet een duit in het zakje. In veel steden worden bestemmingsplannen aangepast die de daghoreca moeten stimuleren. Een grotere vrijheid voor horecabedrijven om tijdens winkeldagen en evenementen uit te baten is één van de beleidsvoorstellen. In dit geval zou het ook gaan om het creëren van nieuwe werkgelegenheid.
 
Een bedreiging voor de prille groei van de Nederlandse horeca vormt het instabiele economische klimaat en mogelijk opnieuw een terugval van de economie. Door een denkbare daling van het consumentenvertrouwen zou de groei bovendien kunnen stagneren. In het verleden bleek al dat consumenten, als het economisch minder gaat, in de eerste plaats bezuinigen op restaurantbezoek. In de meeste gevallen zijn het tijdelijke arbeidskrachten die hiervan het slachtoffer worden.
 
Volgens Koninklijke Horeca Nederland (KHN) is dat funest: "Om klanten aan zich te binden is het niveau van de kwaliteit en de dienstverlening cruciaal. Met minder personeel kan dat niveau niet gegarandeerd worden. In deze sector is het dodelijk om minder personeel te gaan inzetten. Het is denken op zeer korte termijn, en uiteindelijk komt het neer op snijden in eigen vel."